05 februari 2026
Anniek van Driel per januari communicatiemedewerker werving & selectie
“Wat wilde je vroeger allemaal worden?’ Eigenlijk had ik maar één antwoord: ‘juf’.”
Haar moederschap én haar eigen moeder zorgden ervoor dat Mariëlle Wijnen de overstap maakte van de NS naar de klas. Inmiddels combineert ze haar studie Nederlands met het lesgeven. Hoe kwam ze tot die overstap en hoe verging haar transitie? Mariëlle vertelt:
Ik werkte 17 jaar lang fulltime bij de NS onder andere als woordvoerder en communicatieadviseur. Toentertijd had ik nooit bedacht dat ik, gekscherend, de hele dag PowerPoints zat te maken. Toen ik een keer ’s avonds aan het werk was, kon mijn dochter niet slapen en zag me beneden zitten en vroeg: “Ben je alweer aan het typen?” Dat raakte me op de een of andere manier. Op school zegt ze dat haar moeder computert, belt en koffiedrinkt. Is dat wie ik ben en wil zijn? Ik dacht terug aan mijn eigen kindertijd en de proefwerken die op de keukentafel lagen als ik thuiskwam van school. Mijn moeder was docent Nederlands, maar was er ook voor mij als ik mijn tas in een hoek gooide en thuiskwam. Haar voorbeeld inspireert mij. Ik wil er ook zijn voor mijn kinderen. Mijn baanwissel heeft dus te maken met een andere werk-gezin-thuis balans.
Moeders raad
Na mijn middelbare school adviseerde mijn moeder mij om niet direct voor de klas te gaan. Als je doorstudeerde en afgestudeerd was als leraar, ben je zo’n vijf jaar ouder dan de leerlingen. Ze zei: “Als je voor de klas wilt, kan dat altijd nog. Denk er goed over na wat je wilt worden en welke studie je nodig hebt.” Ik luisterde naar haar raad en koos voor een studie communicatiewetenschap en politicologie in Amsterdam.
Waar word ik blij van?
Het moederschap veranderde mij. Zelf ben ik veertig jaar, moeder van twee kinderen van zes en acht jaar en dacht op een gegeven moment: ‘Ben ik geworden wat ik graag wilde?’ Maar ook ‘waar word ik nou echt blij van?’ Daar kwam best wat uit: ik wil er mentaal en fysiek voor de kinderen én mijn man zijn, een goede werk-privé balans hebben, elke dag op niveau worden uitgedaagd, een baan van minder dan 40 uur werk en daardoor meer thuis zijn. Er moest dus wat veranderen. Vanuit mijn werkgever, de NS, kreeg ik een loopbaancoach toegewezen en praatte ik met heel veel bedrijven. Maar in the end was het veel van hetzelfde: je maakt je beleidsstuk of geeft leiding, maar ik zag mezelf dat nog niet 25 jaar lang doen.
Eén antwoord: ‘Juf’
De loopbaancoach vroeg: ‘Wat wilde je vroeger allemaal worden?’ Eigenlijk had ik maar één antwoord: ‘juf’. In mijn jeugd stond ik vaak voor groepen, bijvoorbeeld bij hockey als er getraind werd. Het didactische zit in mij. Misschien heb ik dat wel meegekregen van mijn moeder. De loopbaancoach vroeg me om ‘juf’ verder uit te werken. Toen de kinderen naar de basisschool gingen, stapte ik ook als ouder de school binnen. Best interessant; de basisschool en het onderwijs. Het pakte me. Ik liep een dag met een juf mee, maar kwam erachter dat het primair onderwijs niet bij mij paste. Ik ben meer een specialist in plaats van een generalist. Op het schoolplein informeerde ik of er andere ouders waren die een netwerk hadden in het voortgezet- en het HBO-onderwijs. HBO probeerde ik ook, maar paste ook niet bij mij. Dus bleef het middelbaar onderwijs over en dat sloeg aan. Ik vind pubers gaaf, ze beginnen de wereld steeds beter te snappen. Het puberbrein is interessant en in hun ontwikkelingsprocessen wil ik een rol spelen.
Onderwijsregio gaf mij richting
In de plaatselijke krant las ik een aansprekend artikel van de Onderwijsregio Food Valley over zij-instromers voor het onderwijs. Ik nam contact op en kreeg contact met Yvonne. Zij hielp me bij het herschrijven van mijn CV, gericht op het onderwijs, zodat ik meer kans maakte bij mijn sollicitatiegesprekken op scholen. Ze deelde haar netwerk en selecteerde scholen, zodat ik in gesprek kwam met teamleiders en directeuren. Door de gesprekken heen kreeg ik nog een beter beeld van mezelf voor de klas. Ik zag deze carrièreswitch wel voor me. Ook om de komende vijfentwintig jaar voor de klas te staan.
Yvonne wees me op de pilot van de Universiteit Utrecht, daar hoorde ik over het Alfa4all-aanbod. Het is een pilottraject voor mensen met een master-diploma die het onderwijs in willen als zij-instromer. Het driejarige traject bevat het eerste jaar veel inhoudelijke vakken. Eerst moet ik voldoende studiepunten halen van de inhoudelijke vakken. Ik heb ervoor gekozen om dat in circa één jaar te doen. Na dat jaar start ik met de zij-instroom lerarenopleiding. Deze opleiding duurt twee jaar. Als ik dat traject voltooid heb, ben ik bevoegd docent Nederlands. Per 2,5 maand heb ik twee vakken. Gisteren hoorde ik dat ik de eerste twee vakken heb gehaald. Dat was wel even een euforisch momentje. Om de studiepunten te halen, moest ik best wel aan de bak.
Leertraject op maat
Voor mijn gevoel zijn er tig manieren om het onderwijs in te komen; deeltijd, voltijd, zij-instroom, …. Het hangt af van wie je bent als persoon, wat voor achtergrond je hebt, waar je je zelf ziet werken en wat je einddoel is; 1e of 2e graads docent? De instroommakelaars van de Onderwijsregio Food Valley hebben een groot netwerk en willen je daar graag bij helpen. Dat is ook bij mij gebeurd. Ik kon het pilot-traject aan de Universiteit van Utrecht gaan volgen, ging deeltijd werken bij de NS en studeren. De school krijgt zelfs een subsidiepotje voor mij en daardoor worden uren voor onder andere mijn opleiding bekostigd. Als docent voor de klas heb ik een hoop werk- en levenservaring.
De middelbare school Het Streek in Ede nam mij aan. Sinds september 2025 sta ik voor de klas. Van de 20 uur sta ik 13 uur voor de klas. De andere 7 uur gaan op aan vergaderen, supervisie, coaching, voorbereiding, nakijken en dergelijke. Ik koos voor een studietraject met een studielast van 40 uur per week. Dat is best veel, maar werkt voor mij. 20 uur voor de klas en 40 uur zelfstudie vanuit huis en bijna alles digitaal. Ik moet zeggen: ‘Dit is het meest toffe wat ik ooit heb gedaan qua werk.’ De klas-dynamiek geeft mij zoveel meer energie dan de 36 uur bij mijn oude werkgever. Het is het echt waard. De studielast is tijdelijk, voor drie jaar. Daaraan heb ik mij gecommitteerd. Het is doorzetten, maar als mijn dochter in groep 8 zit, is mijn studie klaar. Samen maken we nu ook al huiswerk, dat vind ik belangrijk in mijn rol als moeder, maar ook als leraar.
In de praktijk leren
Toen ik de baan kreeg heb ik eerst een week mogen meelopen met ervaren collega’s. Hoe werkt een school? Hoe begin en eindig je een les? Hoe toets je? Hoe bewaak je de tijd en zorg je voor een goed leerklimaat? De school gunde me de tijd om het te snappen. Mijn docent begeleider leeft erg mee en de teamleider geeft me tips. Op welke onrust in de klas ga je wel in en welke niet? Er ligt veel verantwoording bij mij, maar ik sta er niet alleen voor. Het Streek is een prettige werkgever met goede vakmensen. Als ik een vraag stel nemen ze de tijd voor mij. Dat is erg fijn. Een leerling vond dat ik een ‘strenge juf’ ben. Dat geeft niet. Ik hoef niet aardig gevonden te worden, ik wil dat de kinderen een negen halen voor hun proefwerk.
De Onderwijsregio Food Valley hielp me bij de matching en gaf mij het zetje naar een passende school. In het begin overzag ik niet alles, er kwam zoveel op mij af, daarbij was het fijn dat Yvonne mij hielp in mijn persoonlijke omscholingstraject. Op 1 december deel ik mijn verhaal als zij-instromer met soortgelijken. Dat is tijdens een event van de Onderwijs Food Valley met dertig andere zij-instromers. Ik vind het waardevol daaraan een bijdrage te leveren. Het had mij geholpen als ik dit traject een jaar eerder had gevolgd. Het kostte me destijds veel hoofdruimte om mezelf voor de klas te zien, maar ben blij en dankbaar voor de afgelegde route en het resultaat tot nu toe. Het lerarenjasje past me goed!
”Als ik er niet ben, gaat mijn les niet door. Als ik niet op kantoor kom, gaat het werk ook gewoon door.”